Bemoeienis politieke partij bij ambtenarenbenoemingen verleden tijd

In vrijwel geen enkel Europees land worden leden van politieke partijen nog beloond met openbare ambten voor bewezen partijdiensten. Ook hebben politieke partijen nauwelijks invloed op benoemingen. Dit zegt politicoloog Petr Kopecký in zijn oratie op 21 mei. De belangrijkste oorzaak is de erosie van politieke partijen zelf.

Partijpatronage

Een van de dingen waar de EU bang voor was bij de toetreding van de nieuwe democratieën van Centraal- en Oost-Europa in de jaren ’90, was partijpolitieke bemoeienis met de benoeming van ambtenaren, en bevoorrechting van loyale partijleden. Kort gezegd: partijpatronage. Er kwam dan ook stevige EU-regelgeving om dit te verhinderen. Maar ook de Britse premier Tony Blair voerde in zijn land hervormingen door om deze praktijken te voorkomen.


Scheiding machten

Partijpatronage heeft een slechte naam. Het riekt niet alleen naar corruptie, zoals alle vriendjespolitiek, maar wijst ook op een gebrek aan scheiding tussen politiek en ambtenarij. Ambtenaren horen immers neutraal te zijn.

Ministers handelen autonoom

Petr Kopecký

Petr Kopecký

De angst was in beide gevallen echter ongegrond, zegt Kopecký. Zowel de EU als Blair hadden zich de moeite van regelgeving kunnen besparen. Kopecký heeft een onderzoeksproject geleid naar partijpatronage in 14 Europese democratieën. Hij constateerde dat ministers en andere beslissers autonoom handelen, zonder dat hun eigen politieke partij een vinger in de pap heeft.


Professionele geschiktheid voorop

Bij benoemingen van ambtenaren in Europa staat professionele geschiktheid vrijwel altijd voorop, zo bleek uit het onderzoek. Toch bestaan er nog wel vormen van patronage bij benoemingen. Maar die patronage speelt zich af in persoonlijke netwerken van bijvoorbeeld ministers. Als partijpolitieke sympathieën daarbij een rol spelen – en dat is in 70% van de gevallen inderdaad zo – dan is dat vooral omdat de minister controle wil houden over de partij, en niet omdat partijleden voorrang moeten hebben of invloed uitoefenen.

Erosie partijen

Het is eerder andersom: de persoon die door een minster benoemd wordt, wordt vervolgens ook een belangrijk gezicht van de partij. Op die manier worden partijen tegenwoordig vernieuwd van bovenaf, en niet meer van onderop. De belangrijkste factor voor het verdwijnen van partijpatronage is dan ook de erosie van de politieke partijen zelf, als van onderop opgebouwde politieke organisaties die een achterban in de maatschappij vertegenwoordigen. Een tweede factor is de toegenomen media-aandacht voor benoemingsprocessen.

Nederlandse partijlobbyist

Er zijn nog uitzonderingen. In Griekenland worden actieve partijleden nog wel voorgetrokken bij banen, in alle lagen van de ambtenarij. Ook in Oostenrijk was dat tot voor kort het geval, maar daar is het op zijn retour. Ook Nederland is echter een interessant geval, zegt Kopecky in zijn oratie. In iedere fractie in de Tweede Kamer houdt een partijlobbyist nauwlettend in de gaten welke posten in de bureaucratie vrijkomen. Een zekere partijfilter is hier dus nog aanwezig.

Historisch

Toch verschillen Nederlandse politieke partijen niet echt van partijen in andere Europese landen, laat Kopecký weten. ‘Waarschijnlijk komt het verschijnsel voort uit de manier waarop de Nederlandse partijen zich in de geschiedenis georganiseerd hebben. Het is ook de vraag of de lobbyist erg effectief is. Dit is iets wat ik nog verder uit wil zoeken.’

      
 

Over Petr Kopecký

Kopecký is hoogleraar Politieke wetenschap. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Economie in Praag en politicologie aan de Universiteit van Manchester. Hij promoveerde aan de Universiteit Leiden. Hij was wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Sheffield en Visiting Fellow aan de European University Institute in Florence, het South African Institute of International Affairs in Johannesburg, en het Ghana Centre for Democratic Development in Accra. Zijn onderzoeksinteresses liggen op het gebied van politieke partijen en partijsystemen in moderne democratieën. Zijn meest recente onderzoeksproject richt zich op partij patronage als een van de meest belangrijke middelen waarmee partijen de staat kunnen exploiteren om zich te ontwikkelen en organisatorisch te kunnen overleven. Andere onderzoeksinteresses liggen op het gebied van de vergelijkende (Oost) Europese politiek, democratisering, vergelijkende politieke instituties, wetgevend gedrag en het maatschappelijk middenveld. Hij is mederedacteur van East European Politics.

 
     

Studeren in Leiden

Bachelor
Politicologie

Master

Profielthema

‘Politieke legitimiteit’ is een interdisciplinair focusgebied van de Universiteit Leiden binnen het universiteitsbrede profielthema Law, Democracy and Governance


Zie ook

(21 juni 2012 - HP)

Laatst Gewijzigd: 23-05-2012