Canadese overheid vraagt Sabine Luning visie op rol van mijnbouwbedrijven in ontwikkelingssamenwerking

Sabine Luning (CA/OS) is op woensdag 28 maart als getuige deskundige gehoord door de Standing Committee on Foreign Affairs and International Development van het Canadese Parlement. Ze was uitgenodigd om haar visie te geven op de keuze van de Canadese overheid om ontwikkelingshulp voortaan te organiseren via public private partnerships.

Interview met Sabine Luning

Sabine Luning vertelt over haar optreden als getuige deskundige.

Waarom werd je uitgenodigd om als getuige deskundige op te treden?
"Ik doe in West-Afrika onderzoek naar goud zoeken en kijk naar het effect van grote multinationale mijnbouw op lokale situaties in Burkina Faso. Aangezien Canadese bedrijven prominent aanwezig zijn in West-Afrika, ben ik ook onderzoek gaan doen in Canada zelf. Ik vroeg me af hoe in Canada zelf wordt gekeken naar de dominantie van Canadese mijnbouw wereldwijd. De trots van de mijnbouwlobby vindt een fris tegengeluid in kritiek van allerlei sociale bewegingen, zoals MiningWatch Canada. Afgelopen zomer heb ik dat maatschappelijke debat onderzocht, onder andere door met parlementariers te spreken. De uitnodiging om als getuige deskundige op te treden is een gevolg van dat veldwerk."

Wie worden gehoord als getuige deskundige?
"De Canadese parlementaire commissie voor  Foreign Affairs and International Development bespreekt momenteel de rol van de private sector in ontwikkeling. De huidige conservatieve regering betrekt mijnbouwmaatschappijen bij ontwikkelingshulp in zogenaamde public private partnerships for development. De commissie hoort een serie getuigen, opgeroepen door de regering en de oppositie. De regering had bijvoorbeeld Hernando de Soto (Institute for Liberty and Democracy) en Ross Gallinger (president of the Prospectors and Developers Association of Canada) uitgenodigd. Professor Anthony Bebbington (Clark University), Professor Bonnie Campbell (UOMO, Montreal) en ik zijn voorgedragen door de oppositie."

Wat zijn Partnerships for Development?
"De partnerships zijn een speerpunt van de regering in Canada. Premier Harper wil dat het overheidsgeld voor ontwikkeling ook de eigen Canadese mijnbouw belangen ten goede komt. Dit beleid is gelanceerd in een document met de veelzeggende titel The Canadian Advantage. Een partnership in Burkina Faso dient als voorbeeld. Daar werkt de grote mijnbouwmaatschappij IAMGOLD mee aan een door Plan Canada opgezet trainingscentrum. In de discussie naar aanleiding van mijn statement voelde je de politieke verdeeldheid. Een conservatieve MP van Nederlandse oorsprong vertelde heroïsch over Canada als prachtig mijnbouwland, veel ethischer dan de Chinezen. De Liberalen en sociaal democraten van de oppositie hebben meer reserves bij deze openlijke verstrengeling van ontwikkelingshulp met belangen van de private sector."

Wat is jouw standpunt?
"Je ziet dat Canadese mijnbouwmaatschappijen,  in reactie op een slechte pers, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (CSR) rond hun mijnen serieuzer nemen. Ze willen aantonen dat ze de negatieve effecten van mijnbouw, bijvoorbeeld als gevolg van onteigening van boeren, compenseren door lokaal personeel aan te nemen en alternatieve bronnen van inkomen (bv tuinbouw) te creeren.
Nu zie je dat bedrijven gaan partneren in projecten die niet direct gerelateerd zijn aan hun eigen mijnbouw-operaties. Dit wordt gemotiveerd als altruïsme; wie wil niet iets doen voor arme mensen in Afrika? Ik heb mijn zorg geuït dat deze partnerships de maatschappijen gelegenheid bieden om weg te bewegen bij on-site verantwoordelijkheden. CSR (corporate social responsibility) is dan niet een compensatie (off setting) voor aangerichte schade, maar een goede daad. Dit leidt af van de structurele problemen die mijnbouw met zich mee brengt in kwetsbare landen als Burkina Faso. Ik heb sterk gepleit om CSR vooral te richten op goede procedures voor beslissingen in overleg met en in het belang van lokale bevolking."

Hoe ging de discussie met de Canadese parlementariers?
"Het was heel leuk om te doen, maar wel spannend. Het debat liep via een teleconference lijn. Ik zat om 21.30 thuis aan de telefoon om mee te doen aan een debat laat in de middag in Ottawa. De discussie werd simultaan Engels-Frans vertaald, maar enkele MP’s maakten met een Nederlandse begroeting hun roots kenbaar. Canada migrantenland! Vooral met de conservatieven was het verschil van mening groot. Ik moest soms beleefd maar fel van me afbijten. Op sommige vragen bleef ik het antwoord schuldig. Het gaat om ingrijpende en complexe processen van verandering die maar heel moeizaam in verband te brengen zijn met ontwikkeling."


Laatst Gewijzigd: 02-04-2012