Stabiele zorg helpt adoptiekinderen schadelijke gevolgen te overwinnen

Een ondersteunende opvoeding is cruciaal voor een goede ontwikkeling van adoptiekinderen, concludeert Leids promovenda Christie Schoenmaker. Ondervoede adoptiekinderen hebben aanvankelijk een lagere IQ-score, maar de ondervoeding heeft geen gevolgen voor hun latere beroepsniveau. 

Adoptiekinderen 20 jaar gevolgd

Internationaal geadopteerde kinderen hebben dikwijls een negatieve start gehad. Ze zijn vaak ondervoed en konden niet rekenen op de steun van hun verzorgers. De kinderen maken een drastische verandering mee als ze in een stabiel adoptiegezin komen. De kinderen die onderzocht zijn in de Leidse Longitudinale Adoptie Studie, zijn al voor ze 6 maanden oud waren in een Nederlands adoptiegezin geplaatst. Ze zijn afkomstig uit Sri Lanka, Zuid-Korea en Colombia. In dit unieke onderzoek zijn adoptiekinderen meer dan 20 jaar gevolgd met intensieve observaties en metingen. Van alle kinderen was de gezondheidstoestand bij aankomst, waaronder eventuele ondervoeding, bekend.


Invloed opvoeding

De grote vraag is hoe kinderen zich vervolgens ontwikkelen in hun nieuwe omgeving. Schoenmaker bestudeerde onder andere de gevolgen van ondervoeding voor de latere verstandelijke ontwikkeling van adoptiekinderen en of dit effect omkeerbaar is. Ook keek ze naar de invloed van de opvoeding in het adoptiegezin op de ontwikkeling van de geadopteerden. Het basisvertrouwen van deze kinderen kan geschaad zijn. Hoe ontwikkelt dit vertrouwen zich over tijd en welke rol spelen de adoptieouders daarbij? Schoenmaker: ‘Doordat de adoptieouders en het kind genetisch niet verwant zijn, kun je de invloed van de opvoeding op de ontwikkeling van het kind scheiden van genetische invloeden die kunnen zorgen voor gelijkenis tussen ouder en kind.’

Sociale vaardigheden

In dit longitudinale onderzoek maakten geadopteerden op diverse leeftijden intelligentietesten en werd hun school- en werkloopbaan gevolgd. Schoenmaker constateert dat vroege ondervoeding samenhing met een lagere IQ-score van het adoptiekind op 7-jarige leeftijd en (in mindere mate) op 23 jaar. ‘Het goede nieuws is dat vroege ondervoeding geen rol speelde bij het beroepsniveau van de geadopteerde. Geadopteerden met vroege ondervoeding hebben  een even goede maatschappelijke positie als degenen zonder vroege ondervoeding. Andere factoren zijn dus ook belangrijk bij het krijgen van een goede baan, bijvoorbeeld sociale vaardigheden die geadopteerden meekrijgen vanuit hun adoptiegezin.’

Gehechtheid

De Leidse onderzoekers observeerden in de babytijd ondersteunend oudergedrag (sensitiviteit) en de kwaliteit van de ouder-kind relatie (gehechtheid). Vervolgens werden de geadopteerden gezien bij metingen op 7-, 14- en 23-jarige leeftijd, waarin ook weer naar ouderlijke sensitiviteit en gehechtheid werd gekeken. Hieruit bleek: hoe sensitiever de adoptieouder, hoe beter de gehechtheidsrelatie. Opvallend was dat sensitiviteit van de adoptieouder in de babytijd en in de basisschoolleeftijd ook de gehechtheid van de geadopteerde op 23 jaar voorspelde.

Positieve interventie

Schoenmaker concludeert: ‘De uitkomsten laten zien dat een negatieve start niet doorslaggevend is voor de ontwikkeling van geadopteerde kinderen. De stabiele zorg van de adoptieouders kan deze kinderen helpen om schadelijke gevolgen te boven te komen. Adoptie blijkt een positieve interventie te zijn, niet alleen op de korte maar ook op de lange termijn. Adoptie bevestigt daarmee ook de stelling dat de gezinsomgeving er veel toe doet in de ontwikkeling van kinderen.’

Promotie C. Schoenmaker 16 april - From Infancy to Young Adulthood: The Leiden Longitudinal Adoption Study

(17 april 2014)

Zie ook

Studeren in Leiden

Bachelors


Masters

Laatst Gewijzigd: 22-04-2014