RECTIFICATIE- Rien van IJzendoorn voor 1 dag per week in dienst van de Erasmus Universiteit

Dit bericht wordt opnieuw geplaatst omdat in de eerder geplaatste versie fouten zijn geslopen bij redactionele werkzaam-heden. Onze excuses hiervoor.

Per 1 november treedt Van IJzendoorn voor 1 dag per week in dienst van de Erasmus universiteit om daar het onderzoekprogramma van de nieuwe opleiding Pedagogische Wetenschappen vorm te geven. Het thema van het onderzoeksprogramma van de leerstoel Algemene Pedagogiek betreft Morele socialisatie en coöperatief gedrag. Gangbaar onderzoek in de pedagogiek, ontwikkelingspsychologie en kinderpsychiatrie legt een sterk accent op deviante ontwikkeling van kinderen in problematische gezins- of schoolsituaties. Hoewel ‘developmental psychopathology’ oorspronkelijk bedoeld was een integratie te zijn van de studie naar ‘normale’ en atypische opvoeding en ontwikkeling, wordt dit interessante onderzoeksveld nog steeds gedomineerd door aandacht voor het afwijkende kind.

Daarom wordt in dit onderzoeksprogramma de opvoeding en ontwikkeling van moreel, coöperatief en altruïstisch gedrag in gezin en school centraal gesteld. Deze aandacht voor de positieve dimensie van opvoeding en ontwikkeling is cruciaal voor het vinden van aangrijpingspunten voor preventieve interventie en opvoedingsondersteuning. Het accent op prosociaal gedrag sluit het goed aan bij de groeiende aandacht binnen de bredere gedragswetenschappen, inclusief de biologie, voor empathie, coöperatief gedrag, en altruïsme bij dier en mens waarvan De Waal, Tomasello en Hrdy de belangrijkste trekkers zijn.

In de Lawrence Kohlberg Memorial Lecture (Van IJzendoorn et al., Journal of Moral Education, 39, 1 – 20, 2010) is het begrip ‘situationele moraliteit’ ontwikkeld. Moreel gedrag van kinderen wordt wellicht meer bepaald door situationele kanalisatie van gedrag dan door individuele verschillen in genetische bagage, cognities of disposities. In het voorgestelde onderzoeksprogramma zullen verschillende aspecten van situationele moraliteit (empathie, altruïsme, coöperatief gedrag) in onderlinge samenhang bestudeerd worden en naar aangrijpingspunten gezocht worden voor kanalisatie van prosociaal gedrag door ordening van de fysieke en sociale situatie waarin kinderen zich bevinden.

In feite luidt dit thema hernieuwde aandacht in voor de sociale pedagogiek met haar focus op de sociaal-contextuele determinanten van ontwikkeling maar nu nadrukkelijk vanuit een experimenteel en neurobiologisch perspectief. Het onderzoeksprogramma zal o.a. samenwerking zoeken met de Generation R Focus Cohort studie. 


Laatst Gewijzigd: 04-11-2010