ADOC adoptie onderzoek

Tevredenheid van geadopteerden met hun adoptie

Op 1 en 2 juni 2016 organiseerde EurAdopt in Utrecht de internationale conferentie "The Relevance of Adoption". Het Nederlandse organiserend comité verzocht het ADOC hiervor een exploratief onderzoek uit te voeren onder volwassen interlandelijk geadopteerden in Nederland, met als doel hen zelf te vragen hoe zij staan tegenover hun adoptie, in welke mate ze (on)tevreden zijn en waar ze knelpunten ervaren. Het perspectief van volwassen geadopteerden in Nederland werd op deze wijze meer systematisch in kaart gebracht. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met Universiteit Leiden, binnen het kader van de leerstoel Adoptiestudies. De resultaten zijn gepresenteerd op de EurAdopt Conferentie.

Het onderzoek werd mogelijk gemaakt via het Oranje Fonds, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en Vereniging Wereldkinderen, Stichting Kind en Toekomst en Stichting Meiling. United Adoptees International en Stichting Interlandelijk Geadopteerden hebben meegewerkt aan het onderzoek.

Verder lezen 

Brief voor buitenlands geadopteerden (18+)

Bij het sluiten van de vragenlijsten hadden ruim 1100 adoptieouders en meer dan 1200 volwassen geadopteerden de vragenlijsten ingevuld. De resultaten van het onderzoek lieten zien dat de grote meerderheid van de geadopteerden tevreden is met hun leven en met hun adoptie. De 1203 deelnemers aan het onderzoek waren gemiddeld zelfs tevredener dan de algemene Nederlandse bevolking. Omdat de link naar de vragenlijst zowel via adoptieouders, geadopteerdenorganisaties als via social media verspreid is, hebben we reacties uit een gevarieerde groep gekregen en verwachten dat dat dit een relatief goed beeld geeft van hoe de geadopteerden in Nederland kijken naar hun leven en hun adoptie.


Door alle vragen heen blijkt rond de 10 procent niet gelukkig te zijn - met afstand, adoptiefamilie, verplaatst te zijn naar een ander land. Sommigen lijden continu onder hun afstand en adoptie, maar anderen zien adoptie als een gegeven, waarbij je zelf iets van je leven moet maken. Een groot deel van de geadopteerden is erg gelukkig met adoptie, sommigen hebben ook zelf geadopteerd. De meesten konden ook hun afgestaan zijn accepteren. Zoals een van jullie het formuleerde "Adoptie is het ergste en het beste dat mij als mens is overkomen".
Naar meer resultaten
Op de ADOC site is ook meer informatie over de conferentie te vinden

In de loop van 2016 worden de resultaten van de vragenlijsten verder geanalyseerd - ook de open vragen en de antwoorden van de 1100 adoptieouders die een korte adoptieoudervragenlijst hebben ingevuld. Nadat de resultaten in een wetenschappelijk tijdschrift zijn gepubliceerd, zullen we uitgebreidere verslagen publiceren waarin ook de cijfers achter de resultaten te zien zijn. 
Dus, wordt vervolgd...... 


Onderzoek Special Needs Adopties

Het ADOC is door Vergunninghouder Meiling gevraagd om onderzoek te doen naar het welzijn van special needs adoptiekinderen uit Taiwan. Momenteel is er een enorme focus op special needs adoptiekinderen omdat rond de 70% van de kinderen die via adoptie binnenkomt onder deze categorie valt. Voor dit onderzoek zijn vrgenlijsten gestuurd aan de adoptieouders van alle geadopteerden uit Taiwan die in april 2012 4 jaar of ouder waren en aan de geadopteerden van 12 jaar en ouder. De resultaten van het onderzoek worden vergeleken met resultaten van een eerder onderzoek naar geadopteerden uit China.
Achtergronden en voortgang van het onderzoek zomer 2012.

De dataverzameling heeft plaatsgevonden in 2012 en de eerste resultaten worden bekendgemaakt. Omdat het Adoptie Magazine in december 2012 als thema ' Special Needs' had, zijn in dit tijdschrift eerste voorlopige resultaten gepubliceerd met de titel: 'Ouders van Special Needs kinderen kunnen meer voorzieningen gebruiken.

Enkele resultaten van het onderzoek, gepresenteerd op ICAR4, 8 juli 2013. 

 


Het ADOC-onderzoek naar het welbevinden van Nederlands geadopteerden en hun adoptieouders

Binnenlandse adoptie bestaat ruim 50 jaar in Nederland en het betreft ongeveer 17.000 mensen. Toch is het een relatief onzichtbare groep: tot dusver was het onbekend hoe het gaat met de binnenlands geadopteerden en hun adoptieouders en welke zaken zij in hun leven tegenkomen die mogelijk met de afstand en de adoptie te maken hebben.


Uit het onderzoek blijkt dat de meeste Nederlands geadopteerden redelijk tot goed functioneren. De vrouwen uit het onderzoek functioneren gelijkwaardig tot beter dan de algemene bevolking en internationaal geadopteerden. Bij mannen wordt een enigszins verhoogde kwetsbaarheid gevonden voor psychische problematiek, met name qua angst- en stemmingsstoornissen, verslavingsproblematiek, en aandachtstekort en gedragsproblemen in de jeugd.

Net als bij internationaal geadopteerden bleek dat afstand en adoptie leidde tot een groter beroep op de hulpverlening dan bij de algemene bevolking. Voor hulpverleners is het van belang alert te zijn op met name stemmings- en angstklachten en verslavingsproblematiek bij Nederlands geadopteerde mannen: in het onderzoek kwamen met name deze klachtpatronen naar voren.

De adoptieouders van Nederlands geadopteerden zijn in het algemeen tevreden over de adoptie van hun kind en het gaat hen grotendeels goed. Het contact dat geadopteerde jong volwassenen met hun ouders hebben, is in intensiteit en kwaliteit gelijk aan contact dat niet-geadopteerden in deze leeftijdsgroep hebben met hun ouders.

Adoptiegezinnen kunnen over het algemeen gezien worden als goed functionerende gezinnen waar de partnerrelatie positief wordt gewaardeerd en de geadopteerden warmte en weinig afwijzing en overbescherming hebben ervaren.

Bijgesloten:

Korte samenvatting

Samenvatting van het onderzoek

Het onderzoeksrapport: M.C. Dekker, J.G. Vinke, G. ter Meulen en F. Juffer 2011. ‘Psychosociale uitkomsten van jongvolwassen binnenlands geadopteerden en hun adoptieouders’. Eindrapport ZonMw project 127000001. Hierin vind u onder andere aanbevelingen en conclusies.

Onderzoeksnieuwsbrief

Parallel aan dit onderzoek is in een samenwerkingsverband tussen Fiom en de Radbouduniversiteit een onderzoek gedaan naar de vrouwen die afstand deden van hun kind in de periode van 1998-2007. De resultaten van dit onderzoek worden beschreven in het rapport P. Bos, F. Reysoo en A. Werdmuller 2011. ‘In één klap moeder, en ook weer niet’ Onderzoek naar demografische en sociaal-economische kenmerken en motieven van vrouwen die tussen 1998-2007 in Nederland hun kind ter adoptie hebben afgestaan.

Het onderzoeksrapport afstandsmoeders


Laatst Gewijzigd: 20-09-2016