Adoptie en pleegzorgliteratuur: uitgelicht

Korte toelichtingen op recente publicaties die van belang zijn voor de praktijk. 

Ook in de ADOC Nieuwsflits.

Nieuw: Reactie op advies RSJ "Interlandelijke adoptie moet stoppen"

Reactie op Advies RSJ "interlandelijke adoptie moet stoppen"

Op 3 november publiceerde de Raad van Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming een advies aan de minister van V&J om te stoppen met interlandelijke adoptie. 
Na bestudering van de argumenten in het rapport, blijkt een discussie op zijn plaats. In een veranderende wereld is het goed om systemen nu en dan tegen het licht te houden, en dat is te prijzen in het initiatief van de commissie, anderzijds moeten de in het rapport afgewogen argumenten kritisch geëvalueerd worden.

In de links bij deze nieuwsbrief een viertal reacties op het rapport. Om de discussie te verdiepen.

Professor dr. Rien van IJzendoorn stelt in zijn blog dat het rapport geen deugdelijk wetenschappelijk bewijs levert voor de stelling dat interlandelijke adoptie de groei van het aantal weeshuizen zou bevorderen of de jeugdzorg in de landen van herkomst zou benadelen. 
Professor dr. Femmie Juffer en Anneke Vinke bevestigen dat het voorkeur heeft dat een kind in eigen land opgroeit en dat interlandelijke adoptie een laatste redmiddel is, maar stellen ook dat adoptie een zeer stabiele en bewezen effectieve maatregel is voor kinderen die niet in hun gezin van oorsprong kunnen opgroeien.
Anneke Vinke licht toe waarom ze het advies tot stoppen prematuur vindt en graag met de RSJ de discussie aangaat dat - als een kind niet in het eigen gezin opgroeit - wetenschap en praktijk onomstotelijk hebben aangetoond dat adoptie de laatste maar beste optie voor een kind levert.
Tenslotte gaat Gera ter Meulen in op een aantal argumenten die in het advies genoemd worden,  zoals het argument dat Special Needs het risico doet toenemen dat adoptie het kind niet ten goede komt.

Link naar persbericht RSJ, samenvatting en rapport


"Adoption is the worst and the best thing that happened to me as human being".

Dit was een van de uitspraken uit het onderzoek naar tevredenheid van geadopteerden in de conferentiezaal van het congres 'the relevance of adoption' hingen. Maar de algemene conclusie van het onderzoek was dat de 1200 volwassen interlandelijk geadopteerden die gereageerd hadden op de vragenlijst, gemiddeld tevredener waren dan de algemene Nederlandse bevolking. Een groep van rond de tien procent was niet tevreden met aspecten rond afstand en/of adoptie. De meeste geadopteerden houden zich bij perioden bezig met het feit dat ze geadopteerd zijn, maar meestal niet. 

Meer uit het onderzoek


"Ken je je echte ouders ook?"

Over het herkennen van micro-agressie tegen adoptie- en pleegzorg

Adoptie en pleegzorg zijn vaak duidelijk zichtbare familiesituaties. Dit kan leiden tot vragen die eigenlijk erg privé zijn, en gevoeld worden als inbreuk op privacy of kwetsend. Zo kan een opmerking als hierboven beschouwd worden als een micro-agressieve uitspraak. Een groter begrip voor onbedoelde effecten van uitspraken tegen of over leden van adoptie- of pleegfamilies, en oorspronkelijke ouders, is daarom zinvol.

Meer informatie over micro-agressie en onderliggende thema's
Baden 2016


Zijn geadopteerden tevreden met hun geadopteerd zijn?

Geadopteerd worden uit het buitenland overkomt je als kind. Je hebt hier niets over te zeggen. Maar tegenwoordig zijn veel geadopteerde kinderen volwassen. Zij kunnen vertellen hoe het met hen gaat en hoe zij staan tegenover hun adoptie.

Adoptieorganisaties willen ook graag weten hoe geadopteerden aankijken tegen hun adoptie. Daarom hebben zij aan het ADOC gevraagd om via een vragenlijst grootschalig onderzoek te doen onder volwassen geadopteerden naar hun tevredenheid over adoptie en naar hoe het met ze gaat. Adoptieorganisaties hebben aan meer dan 5000 adoptieouders brieven gestuurd met de vraag of zij een link naar de vragenlijst aan hun (adoptie) kinderen willen sturen. Na 4 dagen had al 10% gereageerd. Geadopteerden-organisaties hebben kritisch meegekeken naar de vragen en versturen oproepen om mee te doen.  De link wordt ook verspreid via verscheidene websites.

Meer informatie over het onderzoek

De resultaten zullen gepresenteerd worden op de internationale Conferentie over 'The Relevance of Adoption'. Deze conferentie vindt plaats op 1 en 2 juni in Utrecht. Meer informatie over de Conferentie kunt u vinden op de site van Wereldkinderen


Geen verbetering in gedragsproblematiek van pleegkinderen na plaatsing?

In 2015 werd een zorgwekkend onderzoek van Nederlandse wetenschappers gepubliceerd over gedragsproblematiek en aanpassingsvermogen van pleegkinderen. Uit hun internationale meta-analyse bleek dat pleegzorg over het geheel genomen geen verbetering in gedragsproblemen bewerkstelligde. Gedragsproblematiek  bij pleegkinderen ligt, wanneer het kind geplaatst wordt gemiddeld drie a vier keer zo hoog als bij de algemene bevolking, en pleegzorg zou juist de problematiek van de kinderen moeten verminderen en ontwikkeling bevorderen. Echter, ook op een langere termijn (tot zo’n 5 jaar) werden gemiddeld geen betere resultaten gevonden. Er was wel veel variatie in de uitkomsten - mogelijk is (in)stabiliteit van plaatsingen een factor die hierop van invloed is.

Goemans, A, van Geel, M, & Vedder, P. (2015). Over three decades of longitudinal research on the development of foster children: A meta-analysis.Child abuse & neglect, 42, 121-134.

Lees meer 


Stabiliteit opnieuw bewezen van belang

Verbroken plaatsingen in pleeggezinnen bleek bij voormalig tehuiskinderen tot vergelijkbare gedragsproblematiek te leiden als een blijvende opvoeding in een tehuis.

Bij de vergelijking van tehuisopvoeding en kwalitatief goede pleegzorgopvoeding, bleek dat het gunstige effect van pleegzorg op gedragsproblematiek sterk werd beperkt wanneer deze plaatsingen niet stabiel waren. Dit vonden de onderzoekers in het Bucharest Early Intervention Project (BEIP) bij de nu 12 jaar oude kinderen, die op jonge leeftijd (6-31 maanden) vanuit Roemeense tehuizen random werden ingedeeld in een groep die in het tehuis bleef en een die in pleegzorg van goede kwaliteit kwam. Hoewel (veel) eerdere resultaten uit het onderzoek de voordelen van de pleegzorgopvoeding op de ontwikkeling van de kinderen lieten zien, bleek in dit onderzoek naar internaliserende en externaliserende gedragsproblemen bij de 12-jarigen slechts een licht effect van pleegzorg gevonden te worden. Het bleek dat verbreking van pleegzorgplaatsingen en overplaatsingen een dusdanige invloed had op de gedragsproblematiek dat deze (op externaliserend gedrag bij jongens na) vergelijkbaar was met de gedragsproblematiek van de tehuiskinderengroep. Meisjes uit de pleegzorggroep met verbroken plaatsingen bleken zelfs meer internaliserende problematiek te vertonen dan de meisjes uit de tehuisgroep.

Opnieuw is dit een studie die pleit voor een beleid waarin kinderen uit tehuizen zo vroeg mogelijk geplaatst worden in gezinnen met kwaliteitszorg, waar ze permanent kunnen blijven.

Humphreys, Gleason, Drury, et al. (2015). Effects of institutional rearing and foster care on psychopathology at age 12 years in romania: Follow-up of an open, randomised controlled trial. The Lancet Psychiatry, 2(7), 625-634


Voor goede opvang voor kinderen - de week van de pleegzorg

Van 10 – 18 oktober is de week van de pleegzorg, waarbij 3.500 nieuwe pleegouders geworven moeten worden. Pleegzorg vangt veel kinderen op: in 2014 woonden 21.880 kinderen in Nederland voor korte of langere tijd bij pleegouders.

Kwantiteit is belangrijk, maar de kwaliteit niet minder. Uit onderzoek dat het ADOC sinds haar uitbreiding in 2014 naar pleegzorg deed, blijkt het grote verschil tussen adoptie en pleegzorg in de stabiliteit van de plaatsing - in pleegzorg een veel groter risico - en het belang van de onvoorwaardelijke hechting die tussen adoptie/pleegouders en adoptie/pleegkind essentieel is voor een goede verdere ontwikkeling.  

Binnen pleegzorg worden momenteel belangrijke stappen gezet om stabiliteit te bevorderen. Zo is in September 2015 de Richtlijn Pleegzorg uitgekomen, die een actuele stand van zaken geeft van Nederlandse pleegzorg, methodieken en hulpverleningsmodulen. Voor de ‘Onderbouwing Richtlijn Pleegzorg’ is literatuur- en praktijkonderzoek uitgevoerd. Hiervan kunnen professionals uit zowel pleegzorg als adoptieveld profijt hebben.

Verdere toelichting


Van tehuis naar een familie: het stress systeem

In het Bucharest Early Intervention Project (BEIP) werd bij 12-jarigen aangetoond dat tehuisopvoeding met psycho-sociale verwaarlozing in de vroege kindertijd een gezonde ontwikkeling van het stress respons systeem kan verhinderen. Het stress systeem blijkt af te vlakken, wat kan leiden tot een verhoogd risico op lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen. Plaatsing van deze kinderen in goede pleeggezinnen blijkt het stress respons systeem te kunnen herstellen tot bijna normaal niveau. Echter, de kinderen moeten dan wel voor 18-24 maanden in een pleeggezin geplaatst zijn. Deze studie levert bewijs dat er een gevoelige periode in de ontwikkeling van de stress respons is, waarin de omgeving de ontwikkeling kan beïnvloeden.

 Meer informatie?
 McLaughlin et al, 2015


Wel vergeten, niet verdwenen

Twee recent gepubliceerde onderzoeken laten zien dat kennis van de oorspronkelijke taal van jong geadopteerde Chinese kinderen niet uit het brein verdwijnt, ook al kunnen ze zich er niets meer van herinneren. Ze herkennen klanken eerder dan niet aan de taal blootgestelde kinderen en leren het ook sneller. FMRI onderzoek laat zien dat hersenactiviteit van Chinees geadopteerden bij blootstelling aan Chinese klanken meer vergelijkbaar is met tweetalig opgevoede Frans/Chinese kinderen dan met kinderen die de taal voor het eerst leerden. Hoewel ook deze groep zich niets meer van de taal herinnerde, bleek deze dus wel vastgelegd te zijn in de patronen in de hersenen.

Zhou, W. (2015). Assessing birth language memory in young adoptees.  Proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoek uitgevoerd met subsidie van het Max Planck Instituut.

Pierce LJ, Klein D, Chen JK, Delcenserie A, Genesee F.(2015). Mapping the unconscious maintenance of a lost first language.Proc Natl Acad Sci U S A. 2014 Dec 2;111(48):17314-9.

Meer lezen
Samenvattingen


Gemiste FASD diagnoses bij adoptie- en pleegkinderen

Omdat adoptieouders relatief vaak gedragsproblemen signaleerden bij hun adoptiekinderen uit Polen, werd op verzoek van Stichting Kind en Toekomst door Sandra Knuiman van Universiteit Utrecht onderzoek gedaan welke factoren de ontwikkeling van kinderen uit Polen beinvloedden en in het bijzonder of hierbij effecten van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap (FASD) een rol speelden.

De koppeling tussen gedragsproblemen en FASD werd in dit onderzoek niet gevonden, mogelijk omdat bij het onderscheid tussen haar onderzoeksgroepen ‘gediagnostiseerd met FASD’; ‘adoptieouders vermoeden FASD’, en ‘adoptieouders vermoeden geen FASD’ een onderdiagnostisering van FASD zit. Sandra Knuiman vond kinderen met FASD kenmerken in alle groepen. Dit komt overeen met het onderzoek van Chasnoff (2015), die bij adoptie- en pleegkinderen in zijn kliniek, gespecialiseerd op gedragsproblemen, een onderdiagnostisering van 80% vond. Veel kinderen hadden een andere diagnose gekregen, zoals ADHD.  Chasnoff en Knuiman onderstrepen beide het belang van goede diagnose, zodat de families adequate hulp kunnen krijgen.

Meer lezen?


Zoeken in China

In ‘Haar laten gaan: De zoektocht en hereniging van Westerse adoptiegezinnen met Chinese geboorteouders’ zijn zeven adoptiegezinnen geïnterviewd over de hereniging met Chinese biologische ouders. Bij Chinees geadopteerden gaan de adoptieouders vaak al op zoek voor hun kinderen omdat ze bang zijn dat informatie verloren gaat door de snelle veranderingen in China. Men blijkt vaak vooral gericht op de zoektocht en is niet voorbereid op het overrompelende van de hereniging en het inrichten van contact na de hereniging. Toch blijken alle gezinnen tevreden over de zoektocht en is de band tussen adoptieouders en geadopteerde vaak versterkt.

Meer informatie uit het artikel en samenvatting


Vergelijk disrupties bij pleegzorg en adoptie in de UK

Onlangs is in de UK een belangrijk rapport uitgekomen van Selwyn en collega's over disrupties bij adopties vanuit pleegzorg. Disruptiepercentages bleken bij adoptie veel lager te liggen dan bij permanente pleegzorg (over 5 jaar 5-20 keer zo laag als permanente pleegzorgplaatsingen). Adoptieouders bleken vol te houden, ook onder hele zware omstandigheden, bij meervoudige problematiek van het kind. Waar een adoptie ongepland verbroken wordt, is de kindproblematiek heel zwaar. Maar ook dan houden adoptieouders vaak het contact aan. Het rapport concludeert: In het licht van onze kennis over de uitdagingen en de impact op adoptieouders en de pijn en nood van jonge mensen die ermee worstelen om in een familie te leven, zou de schijnwerper nu moeten liggen op nazorg, ook later in het leven van de geadopteerde.

Nederlandse samenvatting van het rapport
Link naar het volledige originele rapport en samenvatting


Onterechte melding van hoge criminaliteitscijfers voor geadopteerden bij Nieuwsuur

In de Nieuwsuur rapportage “Bonnie en Clyde”, naar aanleiding van het tweetal dat rovend door Nederland trok, wordt onterecht melding gemaakt van hoge criminaliteitscijfers bij geadopteerden.

Het onderzoek van Versluis-den Bieman waar Nieuwsuur naar verwijst, blijkt echter tot andere conclusies te leiden. Waar Nieuwsuur citeert dat geadopteerden 4 à 5 keer zoveel kans hebben met justitie in aanraking komen dan niet-gadopteerden, heeft Versluis het over een cluster gedragsproblematiek dat 'het syndroom Delinquent gedrag' genoemd werd. Tegenwoordig heet dit cluster ‘regelovertredend gedrag’. Hieronder vallen naast stelen en bedriegen ook omgaan met moeilijke jongeren, van huis weglopen, vernielen van eigen spullen en slechte schoolresultaten. Probleemgedrag, maar niet per definitie crimineel. Bovendien onderzoekt Versluis 14- tot 18-jarigen, een periode waarin de identiteitsontwikkeling plaatsvindt, voor geadopteerden een extra uitdaging.

Versluis heeft ook gekeken naar criminaliteit: zij onderzocht hoe vaak geadopteerden in aanraking kwamen met de politie in vergelijking met leeftijdsgenoten en wat blijkt? Er was geen significant verschil: 2,6% van de geadopteerden (14-18) was in aanraking geweest met de politie, tegen 3,1% van de niet-geadopteerden (12-17 jarigen). Versluis concludeert: “Hieruit kunnen we afleiden dat een hoge score op het syndroom ‘Delinquent gedrag’ niet behoeft te leiden tot politiecontacten.” Wel stelt zij, in overeenstemming met ander toonaangevend onderzoek naar geadopteerden, dat geadopteerde adolescenten meer probleemgedrag vertonen dat niet-geadopteerde adolescenten, maar ook dat voor geadopteerde adolescenten meer hulp gezocht wordt.

De conclusie die in Nieuwsuur getrokken wordt, dat het de meeste geadopteerden goed gaat, maar dat goede hulpverlening van groot belang is, wordt veelvuldig door onderzoek onderschreven. Een uitdaging voor de gemeentes om dit goed te regelen!

Verdere toelichting


Over stress, zintuigen en discriminatie

22-1-2015

Ontregelde stress systemen. Bij pleeg- en adoptiekinderen is het stress systeem bij de uithuisplaatsing vaak ontregeld, maar dit is niet altijd zichtbaar voor de nieuwe verzorgers. Helaas kan een ontregeld stress systeem niet makkelijk gemeten worden. Het meten van het dagelijks patroon van cortisol geeft aanwijzingen, maar een meta analyse van de huidige studies levert nog geen eenduidig resultaat (Grietens et al 2014).Er bestaan nog geen interventies voor het reguleren van het stresssysteem, hoewel sommige interventies er wel toe kunnen bijdragen dat het stress systeem normaliseert (van Andel et al 2014).

Zicht- en gehoorproblemen. Eckerle et al (2014) vonden bij een grote survey onder adoptieouders van interlandelijk geadopteerden dat er vaak zicht- en gehoorsproblemen voorkwamen. Zicht en gehoorsproblemen bleken bovendien vaak samen te gaan met aandachts- en gedragsproblematiek, ontwikkelingsachterstanden, spraak/taal- en leerproblematiek en verstandelijke beperking. Vroege screening van gehoor en zicht kan veel problematiek voorkomen.

Discriminatie? Een groep van 622 kinderen, geadopteerd uit India naar blanke adoptiegezinnen in Nederland (409), Noorwegen (149) en de VS (67) werd onderzocht op hun “biculturele socialisatie’, d.w.z. hoe ze met 2 culturen functioneren. De adoptieouders werd gevraagd naar adoptie-negatieve benaderingen van hun kinderen, negatieve en positieve discriminatie en hun eigen zorgen hierover. Het bleek dat de reacties in de VS en Noorwegen (landen me de grootste Indiase bevolkingsgroepen) het meest overeenkwamen: klasgenoten als bron van negatieve reacties en discriminatie en bezorgde adoptieouders. De Amerikaanse kinderen ondergingen de meeste negatieve reacties ten aanzien van hun adoptie, de Nederlandse kinderen de minste, maar ook zij werden met raciale discriminatie geconfronteerd. De verschillen in benadering kunnen samenhangen met hoe in het land gedacht wordt over zaken als adoptie, etniciteit/ ras en immigratie en dit kan een weerslag hebben op hoe de adoptiegezinnen omgaan met de twee culturen in hun gezin. ( Riley-Behringer, Groza, Tieman & Juffer, 2014).


Een betere match bij uithuisplaatsing van jeugdigen

Een stabiele plaatsing is voor de ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen die in een ander gezin moeten opgroeien, van wezenlijk belang. De verwachting is dat een plaatsing stabieler wordt als je vooraf beter kijkt naar de match tussen kind en zijn of haar nieuwe thuis. Het Gezinspiratieplein, het Nederlands Jeugdinstituut en het ADOC zijn samen met praktijkorganisaties het project ‘Matching’ gestart. Als eerste stap naar het ontwikkelen van een onderbouwde matchingsmethodiek heeft het ADOC een omvangrijk literatuuronderzoek gedaan. De resultaten hiervan zijn gepubliceerd in ‘Matching van langdurig uithuisgeplaatste jeugdigen aan een pleeggezin of gezinshuis, een overzicht uit de literatuur’. Literatuur alleen is niet genoeg voor een praktische handleiding bij matching. Daarom is ook gekeken naar de huidige praktijk van matching en naar wat praktijkdeskundigen belangrijk vinden voor een goede match. Het resultaat van deze praktijkinventarisatie is nu gepubliceerd.

Lees verder:

Persbericht literatuuronderzoek
Enkele resultaten uit het literatuuronderzoek
Het volledige literatuurrapport
Persbericht praktijkonderzoek
De praktijkinventarisatie

Biologische en Sociale processen en Adaptatie

Biologische en sociale processen en adaptatie

Grotevant en McDermott publiceerden in het belangrijke tijdschrift Annual Review of Psychology een overzichtsartikel waarin zij focussen op de biologische en sociale processen die van invloed zijn op de aanpassing van geadopteerden gedurende hun levensloop.

Zij pleiten voor adoptie-competente geestelijke gezondheidszorg en betere begeleiding van geadopteerden en hun adoptieouders, vanuit de nu aanwezige kennis over processen bij adoptie.

Enerzijds kennis over de neuro-endocriene processen, zoals de effecten van stress, zowel voor als na de geboorte, of voor of tijdens de adoptie, omdat deze significante effecten kan hebben op de ontwikkeling van het neuro-endocriene stelsel. Dit kan op zijn beurt effect hebben op groei, hersenontwikkeling en slaap, en hiermee op sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling.

Anderzijds inzicht in processen op familieniveau, zoals het belang van een bevredigend contact tussen leden van de adoptie- en de biologische familie, de vergelijkbaarheid dat ouderlijke stress en ondersteunend ouderschap bij homosexuele en heterosexuele stellen en deinvloed van cultuur/ras-sensitief zijn van de adoptie families op de sociale ontwikkeling van geadopteerden.

Maar onderzoeksresultaten zijn niet voldoende: de resultaten moeten ook zorgvuldig vertaald worden voor niet-specialisten, waarbij ze niet worden overversimplificeerd of gegeneraliseerd, zodat adequate interventies ontwikkeld kunnen worden voor adoptiefamilies waarbij de geadopteerden worstelen met gevolgen van vroege negatieve omstandigheden.


Adoptie positieve interventie op lange termijn

Op 16 april promoveerde Christie Schoenmaker op resultaten over het een groep geadopteerden die nu tot in de jong-volwassenheid zijn gevolgd. Zij vond dat stabiele zorg geadopteerden helpt schadelijke gevolgen te overwinnen. Ze vond dat ondervoeding in de vroege jeugd geen effect had voor hun latere beroepsniveau en dat een sensitieve moeder tot in het 23ste levensjaar van invloed was op de gehechtheid van het kind.

Meer over het onderzoek

Adopties uit de VS

Groza en McCreery bespreken in hun review dilemma’s die spelen bij de VS als zendend land in relatie tot de Haagse Conventie.  Bij de adopties uit Amerika hebben de geboortemoeders het recht om te bepalen wat met hun kind gebeurt. Volgens de Haagse Conventie moet matching plaatsvinden door professionals, hiertoe bevoegd door de Centrale Autoriteit (CA) om een familie te zoeken die het best past bij de behoeftes van het kind. Het hieronderliggende dilemma is het liberale Amerikaanse uitgangspunt van zelfbeschikkingsrecht tegen het Noordwest-Europese sociaal-democratische uitgangspunt waarbij het gaat om sociale gelijkheid en het verbeteren van de omstandigheden van het kind en de voorkeur voor het bijeenhouden van biologische familie.

Groza en McCreery pleiten ervoor dat de CA in de VS in ieder geval een registratieplicht en poortwachtersfunctie op zich zou moeten nemen. Hierbij zou de CA in navolging van de HC ook prive-adopties moeten registreren en goedkeuren op adoptibiliteit, subsidiariteit en beste belang van het kind; alle adopties zouden gecheckt moeten worden en matches beoordeeld. De keuze van de geboortemoeder voor de match kan in principe behouden blijven, maar onduidelijkheid in het besluitvormingsproces van de moeder moet uitgesloten worden en de CA zou de matches moeten checken en verifieren. Groza & McCreery


De invloed van pleegzorg op de kinderen van pleegouders door Ingrid Höjer, Judy Sebba and Nikki Luke, Rees Centre, Universiteit van Oxford. Lees verder voor de belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek.

In Adoption Quarterly 16: 3-4 een special issue over adoptie competentie bij hulpverleners. Ze definieren wat adoptiecompetentie betekent binnen de geestelijke gezondheidszorg (Atkinson), presenteren een aantal therapieen(Weir, Woolgar, Hegar) en factoren die begrip moeten vergroten voor de deelnemers aan de adoptiedriehoek (Baden).

In een artikel over rootsreizen van jonge geadopteerden concluderen Wilson et al dat er nog geen onderzoek naar de effecten van deze reizen op de geadopteerden en hun gezin is gedaan. Ze proberen wel de mogelijke factoren die spelen voor de verschillende leeftijdsgroepen op een rijtje te zetten.

Uit grote groepen van de Zweedse bevolking heeft professor Hjern jong-volwassen geadopteerden, hun siblings, voormalig pleegzorgclienten en jeugdzorgclienten vergeleken met de algemene bevolking. Inkomen, werkloosheid, criminaliteit, alcohol en drugsgebruik... De voormalig pleegzorgkinderen hebben de minst positieve uitkomst. Uitkomsten over sociaal functioneren

In het boek 'Adopting large sibling groups' van Hilary Saunders en Julie Selwyn vertellen adoptieouders en adoptiebemiddelaars over hun ervaringen met adopties van 3 of meer broertjes en/of zusjes tegelijk in een gezin. De focus ligt op voorbereiding, plaatsing en hulpverlening, van belang bij een dergelijke plaatsing. Lees meer over Adopting large sibling groups 

 

Laatst Gewijzigd: 07-11-2016