Minder psychische problemen bij kinderen met cochleair implantaat

Slechthorende of dove kinderen met een cochleair implantaat (CI) hebben als tiener minder psychische problemen dan kinderen met een gewoon hoorapparaat. Dat ontdekte promovenda Stephanie Theunissen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Voorafgaand aan haar promotie is er op 10 december een symposium over de ontwikkeling van kinderen met gehoorproblemen.

Stephanie Theunissen

Stephanie Theunissen

Ongeveer 1 op de 1.000 pasgeborenen is doof of slechthorend. Theunissen onderzocht in hoeverre vroeg gehoorverlies tot psychische problemen leidt. De kinderen waren ten tijde van het onderzoek tussen de 9 en 16 jaar, maar waren allen al voor hun vijfde verjaardag behandeld voor hun gehoorproblemen (gemiddeld bij 2 jaar).

Bekend was al dat kinderen met gehoorproblemen vaker met psychische problemen kampen dan andere kinderen. Maar de totale populatie is heel divers, zowel in de mate van gehoorverlies, de behandeling (een cochleair implantaat of ‘gewoon’ gehoorapparaat), als de communicatie (gebaren- of gesproken taal). “We hadden een relatie verwacht tussen de ernst van het gehoorverlies en de problemen, maar die bleek er helemaal niet te zijn”, aldus Theunissen.


Risicofactoren

cochleair implantaat

cochleair implantaat

De promovenda ontdekte andere risicofactoren: kinderen die een gewoon hoorapparaat dragen, naar een speciale school voor slechthorende kinderen gaan en/of gebarentaal gebruiken hebben meer psychische problemen als angst, depressie en agressie. Vooral het verschil tussen kinderen met een cochleair implantaat (CI) en een hoorapparaat is opvallend. “Kinderen met een CI deden het op veel psycho-sociale gebieden zelfs niet slechter dan een controlegroep van kinderen zonder gehoorproblemen.” Dat is des te opvallender, omdat de kinderen met een CI voor de behandeling zeer ernstig slechthorend of doof waren, terwijl de kinderen met een hoortoestel matige tot ernstige gehoorverliezen hadden.

Toch pleit Theunissen er niet voor om alle kinderen een CI te geven. “Een CI wordt tijdens een operatie rechtstreeks in het slakkenhuis geïmplanteerd waardoor de gehoorzenuw wordt gestimuleerd en een kind weer tot op zekere hoogte kan horen. Maar het is een forse en dure ingreep, niet zonder risico’s, en er is geen weg meer terug. Deze behandeling wordt daarom alleen gegeven aan dove of zeer slechthorende kinderen.”


Intensieve begeleiding

De promovenda wijst op nog een verschil tussen kinderen met een CI en een gewoon hoortoestel. “Kinderen bij wie een CI wordt geplaatst krijgen intensieve begeleiding door onder meer een logopedist en audioloog. Dat zou er ook voor kunnen zorgen dat kinderen met een CI het beter doen.” Theunissen pleit er daarom voor om ook kinderen die een hoortoestel krijgen intensief te begeleiden. Ook het vroeg signaleren en behandelen van gehoorproblemen is belangrijk. “Hoe eerder kinderen worden behandeld, hoe beter het is.

Sinds 2006 worden alle pasgeborenen in Nederland gescreend op gehoorproblemen, dat is een enorme verbetering doordat de revalidatie op jongere leeftijd begint. In een vervolgonderzoek zijn we nu het effect hiervan op psychische problemen aan het onderzoeken.”

Stephanie Theunissen is nu in opleiding tot KNO-arts in het LUMC. Zij voerde het onderzoek uit samen met de vakgroep Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie van de Universiteit Leiden en de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK).

Symposium

Voorafgaand aan de promotie op dinsdag 10 december is er een Nederlandstalig symposium 'Modern insights on childhood deafness and its rehabilitation'. Bekijk het hele programma. U kunt zich voor het symposium aanmelden tot 3 december.


(26 november 2013 / bron: LUMC)

Promotie

'Psychopathology in hearing-impaired children'
Promovenda: S.C.P.M. Theunissen
10 december 2013, 15.00 uur
Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
Leids Universitair Medisch Centrum
Promotores: Prof.dr.ir. J.H.M. Frijns, Prof.dr. C. Rieffe

Zie ook

Laatst Gewijzigd: 26-11-2013