Schooluitval en Studiekeuze vanuit ontwikkelingsperspectief
Onze afdeling doet onderzoek op het gebied van ontwikkelings- en onderwijspsychologie. Een centrale invalshoek is de relevantie van ontwikkelingssnelheid (‘rijping’) voor het functioneren van middelbare schoolleerlingen ten aanzien van gedrag, zelfstandigheid, planning, profiel- en studiekeuze.
Een deel van ons schoolgerelateerde onderzoek gaat over schooluitval en studiekeuze. Zo hebben wij in samenwerking met, en in opdracht van, het Ministerie van OCW een pilotonderzoek naar de relatie tussen rijping en schooluitval uitgevoerd. Hieronder volgt de samenvatting van ons eindrapport.
Samenvatting eindrapport Rijping en Schooluitval
Het voorliggende rapport presenteert de resultaten van literatuuronderzoek en een pilotonderzoek naar de relatie tussen rijping en schooluitval. Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat de hersenen nog tot in de late adolescentie ontwikkelen, en met name het deel van de hersenen voor in het hoofd, de prefrontale cortex. Er bestaat een relatie tussen de fysieke en functionele ontwikkeling van dit deel van de hersenen en de ontwikkeling van algemene capaciteiten die van belang zijn voor schoolsucces, zoals executief functioneren, metacognitie en psychosociale ontwikkeling, waaronder zelfreflectie en verantwoordelijkheidsbesef. Adolescenten hebben een bepaalde ‘volwassen’ mate nodig van deze capaciteiten om zelfstandig te kunnen werken en keuzes te kunnen maken ten aanzien van hun school- en studieloopbaan.
Uit de wetenschappelijke literatuur en onderzoek, waaronder deze pilot, is gebleken dat schooluitvallers en risicoleerlingen achterstand vertonen op cognitief en psychosociaal gebied. Die achterstand is bij uitvallers ernstiger dan bij risicoleerlingen. Achterstand op psychosociaal gebied heeft vooral te maken met een onvoldoende mate van zelfreflectie en zelfinzicht; achterstand op cognitief gebied heeft in deze context vooral betrekking op metacognitie. Ontwikkeling op het gebied van metacognitie en zelfreflectie kan bij adolescenten worden gestimuleerd door middel van gerichte interventies, zo blijkt uit de literatuur. Beproefde interventies hiervoor zijn een metacognitieve training op een rekentaak voor de bevordering van metacognitie en (varianten van) de ZelfKonfrontatie Methode voor de bevordering van zelfreflectie.
Op basis van de literatuur en deze pilot komen wij tot de volgende 3 aanbevelingen: 1) Identificeer risicoleerlingen door middel van landelijk gebruikte, objectieve indicatoren voor schoolproblemen naar Amerikaans model. De toegevoegde waarde hiervan op de huidige praktijk is vroegtijdige herkenning van alle risicoleerlingen inclusief de grote groep “geruislozen” die nu vaak niet herkend wordt; 2) Ontzorg, dat wil zeggen dat docenten, mentoren en leden van Zorg- en Advies Teams bewust gemaakt moeten worden van het feit dat niet iedere risicoleerling een zorgleerling is en dat een deel van de risicoleerlingen door middel van gerichte interventies uit de zorg en op school gehouden kan worden. Voer twee interventies uit bij deze groep die specifiek zijn gericht op de bevordering van de rijping op metacognitief en psychosociaal gebied; 3) Draag kennis over cognitieve en psychosociale ontwikkeling en rijpingsbevorderende interventies over aan docenten en de lerarenopleiding.
Voor het volledige document van het eindrapport, zie de pdf.
Relevante links:
Aanval op Schooluitval, Ministerie OCW
Onderzoeksprogramma Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie, Universiteit Leiden